Roestvast staal, ook RVS of inox genoemd en in de volksmond beter bekend als roestvrij staal, is een legering van hoofdzakelijk ijzer, chroom, nikkel en koolstof. Om van roestvast staal te kunnen spreken, is minimaal 10,5% chroom en maximaal 1,2% koolstof nodig. Verder zijn in veel soorten roestvast staal ook de elementen molybdeen, titanium, mangaan, stikstof en silicium terug te vinden.

Het eerste roestvaste staal werd op 13 augustus 1913 door Harry Brearley in het laboratorium Brown-Firth gegoten, nadat hem in 1912 gevraagd was onderzoek voor de wapenindustrie te doen. Industrieel gebruikt men veelal de Amerikaanse normalisatie:

  • AISI 304 (1.4301) bestaat uit 18% chroom en 8% nikkel. Deze legering is niet magnetisch en niet hardbaar.
  • Een meer corrosiebestendige maar duurdere soort is AISI 316 (EN 1.4401) met 16% chroom en 10% nikkel en 2% molybdeen. Type 316 is beter bestand tegen zoutcorrosie en wordt veel toegepast in de scheikundige industrie.

Het verschil tussen RVS 304 en 316 zit in de samenstelling. RVS 316 bevat 2% molybdeen, waardoor het materiaal beter bestand is tegen spleet- en spanningscorrosie en putcorrosie. Voor buitentoepassingen of toepassingen waar het materiaal in contact kan komen met chloren of andere zuren bevelen wij dan ook altijd RVS 316 aan.

Inox is een roestvast materiaal doordat het aanwezige chroom bij contact met zuurstof een onzichtbare beschermlaag vormt, de oxidehuid. Dit laagje beschermt het onderliggende metaal tegen verdere roestvorming. Bovendien herstelt het zichzelf wanneer het beschadigd wordt. Roestvaste staalsoorten zijn zeer gevoelig chloor. Stadswater, zwembadwater, bleekwater (NaOcl), zoutzuur (HCl) en ijzertrichloride (Fe2Cl3) zijn zeer agressief op roestvast staal.

Putcorrosie is de corrosie waarbij zich putjes in het oppervlak vormen. Als bijvoorbeeld roestvast staal AISI 304 in contact komt met chloorhoudend water, van bijvoorbeeld drinkwater of zwembadwater, dan zal het chloor plaatselijk de beschermende laag chroomoxide (oxidehuid) aantasten. Er ontstaat dan het begin van een ondiep putje, waar zich weer meer chloorionen verzamelen, waardoor de aantasting bij voorkeur op die plaats doorgaat en het putje dieper wordt. Uiteindelijk ziet het materiaal er grotendeels gaaf uit, maar met een aantal putjes over het oppervlak.

Hulp nodig?

We helpen u graag met geheel vrijblijvend advies. Onze specialisten staan iedere werkdag van 08:00 tot 18:00 voor u klaar! Neem contact met ons op via:

+31 (0) 38 85 21 801
info@qseals.com